NT2-materiaal maakt taalcoaching effectief en duurzaam
Wat gebruik je wanneer: uitleg en tips
Nederlands leer je door te doen. Oefenen met een taalvrijwilliger (of taalcoach) is een laagdrempelige en effectieve manier om de taal te leren. Maar wat werkt écht? We duiken in praktijkopdrachten, taalspelletjes en NT2-materiaal en vragen NT2-docent, trainer en materiaalontwikkelaar Mariëlle van Rooij naar haar inzichten.
Als taalvrijwilliger maak je een belangrijk verschil voor iemand die in Nederland woont maar de taal nog aan het leren is. Je oefent Nederlands maar in feite doe je meer: je vergroot het zelfvertrouwen van de taalleerder, bouwt een band met hem of haar op en fungeert als brug naar de samenleving. NT2-materiaal maakt wat je doet nog eens vele malen effectiever. Met dit speciale materiaal voor informele taalontmoetingen zorg je ervoor dat wat je oefent, beter blijft hangen. Dat de taalleerder zich, als jullie tijd samen erop zit, duurzaam weet te redden en zich beter thuis voelt in Nederland.
NT2-materiaal geeft context
“Contact maken en nieuwsgierigheid naar elkaars verhalen en ervaringen zijn de voeding voor het leren van de taal,” legt Mariëlle van Rooij uit. Mariëlle is NT2-docent, trainer in het formele en non-formele NT2-werkveld en materiaalontwikkelaar. “Het vraagt een actieve houding van jou en de taalleerder. De taal spreken leer je niet uit een boekje maar door samen met plezier nieuwe woorden en zinnen te oefenen waardoor je de taal eigen gaat maken. NT2-materiaal geeft een context en zorgt ervoor dat je andere zintuigen inzet. Het ondersteunt op een structurele manier het stap-voor-stap leren van de taal.”
Taalcoach materiaal versus lesboeken
Taalcoach materiaal onderscheidt zich fundamenteel van lesboeken, die zijn bedoeld voor het formele onderwijs onder leiding van een gecertificeerde docent. Taalcoach materiaal is specifiek ontwikkeld voor taalcoaching: het laagdrempelig en praktijkgericht oefenen tussen taalvrijwilligers en taalleerders. Het oefenmateriaal geeft houvast en structuur, is didactisch verantwoord, bewezen effectief en in veel gevallen ontwikkeld door experts. Je kunt hiermee dus vertrouwen op de kennis en expertise van professionals en hoeft het niet zelf te bedenken. Echter is de inhoud toegespitst op de toegevoegde waarde van de taalvrijwilliger, en niet die van de docent.
Een van de belangrijkste unieke eigenschappen van taalcoach‑materiaal is dat het praktijkopdrachten bevat die toewerken naar een echt gesprek. Dáár gebeurt het leren. Mensen leren immers door ervaringen: door te doen, te proberen, te ontdekken. Dat geldt voor taal net zo goed. Daardoor komt de taal tot leven: woorden krijgen een context, zinnen krijgen een bedoeling, en de taalleerder verbindt ze aan concrete ervaringen.
Die koppeling aan het echte leven maakt dat taal beter blijft hangen. Een woord dat je gebruikt in een gesprek met een collega, een zin die je uitprobeert bij de balie, een vraag die je stelt tijdens een oefensituatie: het zijn precies die momenten waarop taal beklijft.
Wanneer welk NT2-materiaal
Taalvrijwilligers vragen zich vaak af waar ze zich op moeten richten in hun ontmoetingen met taalleerders. Mariëlle: “Beginnende sprekers vragen een andere manier van ondersteuning dan gevorderde sprekers. Wees je hiervan bewust als taalvrijwilliger. Herhaling en op veel manieren nieuwe woorden en zinnen aanbieden vraagt van jou dat je je eigen spreektempo, taalgebruik en verwachtingen aanpast. Praatplaten, SpreekTaal en een tweetalig woordschriftje zijn goede hulpmiddelen. Kijk eerst naar het oefendoel en ga dan op zoek. Juist bij informele taalcoaching is er de ruimte en tijd om maatwerk te bieden! Het Spreekwerkboek van Het Begint met Taal biedt mooie suggesties. Waar gebruikt iemand de Nederlandse taal? In welke situaties heeft iemand de taal nodig? De themaboekjes van SpreekTaal 1,2 en 3 bieden mooie oefeningen als het gaat om het oefenen en inslijpen van de woordenschat en handige zinnen op elk niveau.”
NT2-materiaal voor gevorderden
“Bij gevorderde sprekers kun je aansluiten bij de motivatie. Waar heeft iemand succes-ervaringen? Waar is iemand nog onzeker over? Als iemand je vraagt te ondersteunen bij examens richt je je dan vooral op de spreekexamens en koppel deze voorbeelden aan praktijksituaties. Een gesprek opnemen en dan terugluisteren is een goede manier om bewust te worden van de taal die iemand spreekt. Verstaanbaarheid is een belangrijk aspect. Begrijp je wat iemand wil zeggen? Je luistert naar het ritme van de zin en de melodie van de taal en kiest hierbij een aspect waarmee je een tijdje gaat oefenen.”
Authentiek materiaal
“Voorbeelden die bij mij in het Taalcafé goed werken zijn praatwaaiers, woordkaarten, spelletjes, vraag en antwoord opdrachten (ook wel taalping pongs genoemd), waarmee er leuke interactie ontstaat en we woorden oefenen. Maar ik zet ook graag authentiek materiaal in. Wat komt er binnen met de post? Welke websites bekijkt iemand vaak? Kan iemand deze laten zien en daarover vertellen? Tot slot: ga naar buiten! Taal is overal en het leukste is als je de nieuwe taal kunt oefenen en toepassen in de omgeving. Het beste materiaal vind je buiten. Naar buiten is een wandeling in het park, naar een winkel, het gemeentehuis, een buurtfeest, museum, de vrijwilligerscentrale, een kringloopwinkel, de bibliotheek, maak een fietstocht. Buiten komt taal in beweging. Je hoort, ziet, ruikt en voelt en precies daardoor ontstaan nieuwe gesprekken.”
Soorten NT2-materiaal van Het Begint met Taal op een rijtje
- SpreekTaal is gericht op het inslijpen van woorden. Het materiaal is praktisch, makkelijk in gebruik en geschikt voor alle niveaus. SpreekTaal is ontwikkeld in samenwerking met VU-NT2, taalvrijwilligers en taalleerders.
- Taal in de Praktijk helpt taalvrijwilligers bij het bedenken van doeltreffende praktijksituaties om de taal te oefenen. Hoe stimuleer je een nieuwkomer om op iemand af te stappen en een gesprek aan te knopen? En hoe bereid je een oefening voor?
- SpreekWerkboek Mijn verhaal helpt anderstaligen doelgericht te oefenen met taal en participatie. Het doel: het vergroten van zelfvertrouwen, taalkennis en inzicht in persoonlijke doelen.
- Taal in de Praktijk helpt taalvrijwilligers bij het bedenken van praktijksituaties om de taal te oefenen met nieuwkomers die nog maar weinig Nederlands spreken.
- Gezonde Taal is materiaal specifiek voor het oefenen van gesprekken over thema’s rondom gezondheid. Hiermee oefenen taalleerders bijvoorbeeld hoe ze in gesprek gaan met hun huisarts.
- Samen naar de molen is een kant-en-klaar programma waarmee taalleerders in de praktijk, buiten de deur, oefenen met de taal. Taalleerder en taalvrijwilliger oefenen samen, ter voorbereiding op een bezoek aan een van de 1.200 molens in Nederland.
Zo kies je NT2-materiaal: 4 tips
Tip 1: oefen de woordenschat
Zeker voor beginnende taalleerders is het belangrijk om de woordenschat te vergroten. Hoe meer woorden je kent, hoe meer je kunt zeggen. Kies woordkaarten en woordspellen en zorg voor herhaling. Oefen ook met het begrip van woorden; geef context bij een woord, geef er een spelelement aan, beeld woorden uit of plaats woorden in categorieën.
Tip 2: gebruik basisvaardigheden
Gebruik in je taalcoach‑sessies de basisvaardigheden die mensen in het dagelijks leven nodig hebben. Ga dus niet op papier aan de slag met een som of een losse tekst. Kies liever voor echte materialen: bonnetjes, brieven, een appbericht, een foto, een korte instructie van de werkvloer, of een ervaring uit de praktijk.
Door te praten over die concrete situaties werk je voortdurend aan het allerbelangrijkste: taalvaardigheid. Deelnemers oefenen woorden en zinnen die ze meteen kunnen gebruiken, in een context die ze herkennen. Dat maakt het leren betekenisvol.
Tip 3: geef een praktijkopdracht mee
Sluit elke sessie af met een kleine praktijkopdracht. Dat kan iets heel eenvoudigs zijn, zoals jezelf voorstellen aan een collega, een vraag stellen in een winkel of een kort gesprek aanknopen met een onbekende.
Het doel is om wat jullie tijdens de sessie hebben geoefend direct toe te passen in de praktijk. Juist door het in een echte situatie te doen, groeit het zelfvertrouwen.
Tip 4: kies NT2-materiaal dat aansluit bij de motivatie
Wat zijn de oefendoelen van de taalleerder, waar heeft hij of zij behoefte aan? Waar wil de taalleerder mee oefenen en waar heeft hij of zij meteen de volgende dag in de praktijk iets aan? Gebruik dit als startpunt en zoek daar passende NT2-materialen bij.
Valkuilen
X Volgt je deelnemer taalles? Ga niet zijn of haar huiswerk nakijken maar pak specifieke opdrachten uit NT2-materiaal. Dáármee maak jij het verschil als taalvrijwilliger.
X Kom niet in de verleiding om oefeningen uit het lesboek van jouw taalleerder te gaan maken; jij maakt juist een belangrijk verschil met speciaal NT2-materiaal. Een typisch geval van ‘schoenmaker blijf bij je leest’: laat de docent zijn werk doen en zorg dat jij je waardevolle bijdrage doet als taalvrijwilliger. Je kan bijvoorbeeld wel spreekopdrachten uit het lesboek samen herhalen, of de woordenschat van dat hoofdstuk herhalen tijdens een leuk spelletje.
X Natuurlijk is een spelletje op zijn tijd een leuke manier van samen bezig zijn met taal. Maar bedenk dat je bij spelletjes zoals Pim Pam Pet, Boggle of Scrabble bezig bent met woorden die je nou net niet gebruikt bij het voeren van een gesprek in het dagelijks leven. Daarnaast wil je altijd zorgen dat je van woorden naar gesprekken toewerkt. Probeer dus altijd hoogfrequente alledaagse woorden te oefenen, zodat de taalleerder ze meteen de volgende dag in de praktijk kan gebruiken. Hiermee is spelletjes doen dus zeker aan te raden, maar niet alle spelletjes, en niet alleen spelletjes.
X Vergeet niet dat een taal leren tijd kost
Ga niet te snel door het materiaal heen om zoveel mogelijk te willen behandelen. Niet de hoeveelheid materiaal telt, maar de kwaliteit van jullie oefenmomenten. Vier kleine successen en herhaal veel.
