Catherine van Beuningen is lector Taalontwikkeling en Meertaligheid aan de Hogeschool van Amsterdam, bijzonder hoogleraar Wereldburgerschap en Tweetalig onderwijs aan de Universiteit van Amsterdam én de nieuwe ambassadeur van Het Begint met Taal. Ze houdt zich dagelijks bezig met de vraag hoe mensen talen leren en hoe meertaligheid daarbij een kracht kan zijn. “Taal gaat niet alleen over woorden en grammatica maar ook over contact, zelfvertrouwen en je thuis voelen.”
Als kind was Catherine van Beuningen al veel bezig met taal. Zo verslond ze boeken en op vakantie probeerde ze zich in het Frans te redden. Het was al vroeg duidelijk: later zou ze ‘iets’ met taal gaan doen. Het werd Algemene Letteren en tijdens haar studie raakte Catherine gefascineerd door de taalkunde of taalwetenschap. “Nog meer dan literatuur boeide taal als fenomeen me. Hoe werkt taal? Wat gebeurt er in je brein als je je een taal eigen maakt?”
Na haar studie werd Catherine docent Nederlands als Tweede Taal (NT2), onder andere voor inburgeraars en aan een taalschool voor expats. Later vertrok ze naar Boedapest, waar ze als docent Nederlands werkte aan de Károli Gáspár Universiteit. Terug in Nederland promoveerde ze op onderzoek naar de schrijfvaardigheid van meertalige leerlingen in het reguliere onderwijs.
Taal als venster op de wereld
“Taal is veel meer dan een middel om informatie over te brengen,” vindt Catherine. “Het is onderdeel van je identiteit en een sociaal bindmiddel. Je hebt taal nodig om je dagelijks leven te organiseren, maar bijvoorbeeld ook om je emoties uit te drukken. En via taal krijg je toegang tot de ideeën en gevoelens van anderen. Het biedt een venster op de wereld.” Maar taal kan ook uitsluiten. “Het is een machtsmiddel. Je kunt er mensen mee pijn doen. Bijvoorbeeld wanneer iemand het label ‘taalachterstand’ krijgt, terwijl hij of zij nog volop bezig is een nieuwe taal te verwerven.”
Ruimte voor je eigen taal
Voor Catherine persoonlijk is taal in de eerste plaats een manier om verbinding te maken. “Om diepere relaties met andere mensen aan te gaan, kun je eigenlijk niet zonder taal.” Dat betekent niet dat alleen het Nederlands telt. Integendeel: Catherine maakt zich er hard voor dat mensen zich thuis kunnen voelen in Nederland én ruimte houden voor de talen die zij al spreken. “Nederlands is natuurlijk de hoofdtaal in onze samenleving. Maar andere talen zijn ook belangrijk in het leven van de mensen die in Nederland komen wonen. Onze samenleving is divers en dus ook talig divers.”
Vat vol voorkennis
Hier is volgens Catherine nog een wereld te winnen. Ze pleit voor een én-én-benadering. Nederlands leren is belangrijk, maar dat hoeft niet te betekenen dat andere talen uit beeld verdwijnen. “Juist als je een nieuwe taal wilt leren, is het zinvol om voort te bouwen op de talen die je al kent. Je begint niet helemaal opnieuw, maar bouwt voort op een taalbasis die er al is. Dat is duurzamer. Doe je dat niet, dan sluit je een heel vat vol voorkennis af.” Onderzoek laat volgens Catherine zien dat dit ook sociaal-emotionele voordelen heeft. Wie ruimte krijgt voor de eigen taal, voelt zich meer gezien en ervaart meer welbevinden. “Dat kan weer bijdragen aan motivatie om te leren.”
Een taal leren doe je niet alleen in een klaslokaal
Een nieuwe taal leer je niet alleen uit een boek of tijdens een les, weet Catherine. “Een goed ontwikkelde Nederlandse taalvaardigheid wordt vaak gezien als een voorwaarde voor maatschappelijke participatie. Maar je leert taal juist door interactie en participatie. Hier ligt de kracht van taalcoaching. Je leert niet eerst de taal uit een boekje en gaat daarna meedoen. Je leert door te oefenen, door echt contact met andere mensen.”
Taalschaamte
Catherine ziet hoe taalschaamte mensen kan tegenhouden. Wie een fout maakt en daarop wordt afgerekend, kan zich kwetsbaar voelen. “Dan gaan mensen zich schamen. Vervolgens vermijden ze het om de taal te gebruiken en ontwikkelen ze zich niet verder. Zo ontstaat een vicieuze cirkel. De basis moet daarom gelijkwaardigheid zijn. Een taalcoach die ruimte geeft om te proberen, te zoeken en fouten te maken, helpt iemand niet alleen met het leren van de taal, maar ook met het vertrouwen om die taal daadwerkelijk te gebruiken.”
Zelf ervaren
Catherine weet uit eigen ervaring hoe het voelt om een nieuwe taal te leren. Toen ze in Boedapest woonde, wilde ze graag Hongaars leren. Een taal die voor haar veel minder aanknopingspunten bood dan bijvoorbeeld Frans of Engels. De woorden die nodig zijn op de markt of bij het bestellen van een drankje op een terras maakte ze zich snel eigen. Maar haar Hongaarse taalvaardigheid bleef beperkt. “Om een taal écht te leren, heb je veel gelegenheid tot interactie nodig, met verschillende mensen en in authentieke situaties.” Door de context waarin Catherine werkte, was die gelegenheid er onvoldoende. Ze doceerde Nederlands aan Hongaarse studenten, die haar vooral als Nederlandstalige zagen. “Mijn collega’s en studenten wilden met mij vooral veel Nederlands te spreken. Heel logisch, want zij wilden natuurlijk hun Nederlandse taalvaardigheid ontwikkelen. Maar daardoor kwam het er voor mezelf domweg niet van het Hongaars voldoende te oefenen.”
Haar tijd in Hongarije heeft Catherine laten ervaren hoe moeilijk het kan zijn als je je niet verstaanbaar kunt maken. Iets wat ze ook herkent in verhalen van nieuwkomers in Nederland. “Ik hoor vaak dat mensen in Nederland snel overgaan op Engels als iemand het Nederlands nog niet vloeiend of met een accent spreekt. Dat komt waarschijnlijk voort uit ongemak, uit een idee de ander tegemoet te willen komen. Maar daarmee ontneem je iemand ook de kans om te oefenen.”
Taal begint met een sterke basis
Catherine ziet de besproken mechanismen niet alleen terug bij volwassenen, maar ook bij meertalige kinderen. Ouders spelen daarin een belangrijke rol. “Het is heel belangrijk dat ouders hun kinderen een sterke taalbasis meegeven in de taal die ze zelf het beste beheersen.” Een ouder die zich niet comfortabel voelt in het Nederlands, moet daarom niet het advies krijgen om per se in het Nederlands voor te lezen. “Als het niet je eigen sterkste taal is, geef je misschien juist een minder sterke taalbasis mee.” Veel liever ziet Catherine dat kinderen boeken in verschillende talen tot hun beschikking hebben. Thuis voorlezen in de taal waarin de ouder zich het meest machtig én thuis voelt, en daarnaast op school en thuis ook met het Nederlands bezig zijn.
Samen met Het Begint met Taal
Die meertalige denkrichting wil Catherine ook meenemen in haar rol als ambassadeur. “Ik onderschrijf de aanpak van Het Begint met Taal volledig. Ik wil bijdragen aan het gesprek over hoe taalcoaching nóg beter kan aansluiten bij wat we weten over taalontwikkeling en meertaligheid. Want uiteindelijk gaat taal niet alleen over woorden en grammatica; het gaat over mensen, contact, zelfvertrouwen, erbij horen en je thuis kunnen voelen.”
