fbpx

“Ik doe nu waar ik tijdens mijn werk van droomde.”

Home/Nieuws, Nieuwsbrief/“Ik doe nu waar ik tijdens mijn werk van droomde.”

“Ik doe nu waar ik tijdens mijn werk van droomde.”

Foto GSS RoermondAl tien jaar zet SamenSpraak Roermond zich in om anderstaligen te ondersteunen met Nederlands. Daarom is het over een klein halfjaartje, op 4 november, tijd voor een feestje! Alle anderstaligen en vrijwilligers die het afgelopen decennium bij SamenSpraak Roermond actief waren zijn van de partij.  Wilmy Jongerius (links op de foto) en Fem Hunze kijken ernaar uit. Eugène Menne en Trudy Drissen startten SamenSpraak Roermond tien jaar geleden samen op. Vervolgens kwamen Fem en even later Wilmy erbij. Een geoliede coördinatorengroep, want voorheen waren ze allemaal NT2-docent op het ROC Gilde Opleidingen en omstreken. De vier coördinatoren zijn altijd allemaal bij het jaarlijkse etentje voor vrijwilligers en de feestelijke uitreikingen van de certificaten met Limburgse vlaai, die vier keer per jaar plaatsvinden. Ze genieten van het werk, maar storen zich aan de politieke beslissingen.

Praten en inburgeringsbevorderend contact

Vrijwilligersdag '10 (9)Een coördinatieteam dat uit vier oud-collega’s bestaat zie je niet vaak. “We vullen elkaar grandioos aan,” vertelt Wilmy. “We durven elkaar ook te bekritiseren,”vult Fem aan. De betrokkenheid is groot. Wilmy: “Eigenlijk doe ik bij SamenSpraak wat ik tijdens mijn baan bij het ROC niet kon doen. Daar had je geen tijd voor, als een Turkse vrouw zei: Ik wil wel een Nederlandse vriendin, achteraf gezien had ik haar naar SamenSpraak kunnen sturen. We zijn aanvullend, daarom willen we ook niemand zelf begeleiden. Dan moet je onder primitievere omstandigheden doen wat we eerst professioneel deden.” Hoewel iedere coördinator is verbonden aan zo’n twaalf taalkoppels, kent het viertal alle anderstaligen en vrijwilligers die bij de organisatie zijn aangesloten. Zo zijn ze bijvoorbeeld allemaal aanwezig op de vrijwilligersdagen (foto rechts vrijwilligersdag in de tuin met ‘vergeten groenten).  SamenSpraak Roermond is uniek in haar communicatie ‘naar buiten’. Wilmy: “We zijn heel duidelijk: SamenSpraak is alleen praten en inburgeringsbevorderend contact. Het heeft niets met Nederlandse les te maken, wel moet het koppel alles wat ze doen (naar de markt, naar de bieb, een wandeling) in het Nederlands doen.

Prijs voor het Beste Integratieproject

DSCF7306Twee keer per jaar wordt er een vrijwilligerstraining georganiseerd, zo kwam trainer Robert te Pas onlangs nog langs voor de training Omgaan met grenzen en dit jaar was er een uitstapje naar de moskee. Boeiend voor anderstaligen en vrijwilligers. SamenSpraak Roermond won in 2010 al de Prijs Beste Integratieproject van de Gemeente Roermond. Alle vrijwilligers en anderstaligen gingen naar het Limburgs museum in Venlo en aansluitend een hapje eten. “Dat was een groot succes!” (Op de foto links wacht het hele gezelschap op de trein naar Venlo.)

Vrijwilligersechtpaar wordt opa en oma van Tamil vluchtelingen

Fem vertelt: “Ik moet denken aan het succesverhaal van twee Tamil vluchtelingen en hun gezin: de taalvrijwilliger en haar man werden de opa en oma van de kinderen. Het mooie is dat de kinderen en kleinkinderen van de taalvrijwilliger en haar man naar Australië waren verhuisd. Ze hadden elkaar echt gevonden. Coördinator Eugène heeft een volkstuin en sprak daar de man van de taalvrijwilliger, die zei met een grote glimlach: “We komen nooit meer van ze af!” Wilmy: “Het mooiste vind ik het succes dat iemand ontdekt  niet door moeilijke toetsen te maken, maar doordat een vrijwilliger hem meesleept door de stad.” Zoals bij de Poolse Joanna een hoogopgeleide ‘jonge griet’ die hier nog maar drie jaar is en bij de uitreiking van haar certificaat al voltooid deelwoorden en samengestelde zinnen gebruikte en inversie toepaste.

De politiek slaat door

DSCF7326SamenSpraak Roermond stoort zich aan de politieke beslissingen rondom bijvoorbeeld de wet op volwasseneneducatie. Ze schrikken van de professionaliteit die er van vrijwilligers wordt verwacht. Fem: “Dat pamperen van de jaren ’80 hoeft ook niet, verantwoordelijkheidsgevoel is goed, maar nu slaat het de andere kant op.” Volgens Wilmy heeft de politiek zich in de jaren ’60 niet genoeg gerealiseerd dat de gastarbeiders die toen kwamen zouden blijven en Nederlands moesten leren.  In de jaren ’80 zaten anderstalige vrouwen voornamelijk thuis achter de geraniums. Terwijl je juíst de vrouwen Nederlands moet leren. Als je de vrouwen hebt, heb je het hele gezin. (foto boven: gezamenlijk etentje vrijwilligers en anderstaligen) Een droom van Wilmy en Fem zou zijn: “Meer verdraagzaamheid, ook onder vrijwilligers. Laatst zei één nog: “Ik wil geen Turk!” of ook gehoord: “Die vrouw kan het toch van haar man leren?” Europees gezien moeten we meer verantwoordelijkheid nemen, Nederland ook. Italië kan wat er in Lampedusa gebeurt niet alleen aan!”

 

 

 

 

 

10 juni 2014|Nieuws, Nieuwsbrief|