Als taalvrijwilliger speel je een belangrijke rol in het ondersteunen van anderstalige volwassenen die Nederlands willen spreken. Vaak kom je daarbij de term basisvaardigheden tegen. Maar wat houdt dat eigenlijk in? En hoe kun je hier als vrijwilliger mee aan de slag, zonder dat het voelt alsof je ineens ook reken- of computerles moet geven? We gingen hierover in gesprek met Manouk van den Brink, adviseur bij ITTA UvA en Marlies Elderenbosch, manager advies bij CINOP.
Wat zijn basisvaardigheden?
Onder basisvaardigheden verstaan we taal, gecijferdheid en digitale vaardigheden: de kernvaardigheden die iedereen nodig heeft om zelfstandig mee te doen in de samenleving.
We gebruiken deze vaardigheden de hele dag door: als we een bericht lezen op onze telefoon, een prijskaartje bekijken, een melding op een digitaal bord zien of een online formulier invullen.
Manouk legt uit: “We hebben deze vaardigheden nodig om ons te kunnen bewegen door de wereld heen. Steeds meer verantwoordelijkheid komt bij onszelf als burgers te liggen.”
In de praktijk gaat het bijna altijd om meerdere vaardigheden tegelijk: lezen, luisteren, praten, rekenen, klikken, inloggen en begrijpen. Het staat zelden op zichzelf.
Voor nieuwkomers is dat extra ingewikkeld. Je leert niet alleen een nieuwe taal, maar ook hoe systemen in Nederland werken. Denk aan een OV-chipkaart gebruiken, een schoolapp begrijpen of korting in een winkel interpreteren. Ook contact met anderen, zoals de weg vragen, kan een drempel zijn.
Manouk zegt daarover: “In het echte leven gebruik je bijna altijd meerdere vaardigheden tegelijk.” Daarom helpt het om te oefenen met herkenbare situaties uit het dagelijks leven. Losse taal- of rekenoefeningen zijn minder effectief als ze niet gekoppeld zijn aan wat iemand in de praktijk moet doen.
Oefen daarom met dagelijkse situaties, zoals online een afspraak maken met de gemeente of het gebruiken van een weer-app. Kijk samen welke woorden je daarvoor nodig hebt. Door samen over de situatie te praten, kan een deelnemer apps en websites beter begrijpen en kan die ook gericht om hulp vragen bij een volgende digitale taak waar hij / zij zelf niet uitkomt.
Gecijferdheid: veel meer dan rekenen
Bij gecijferdheid denken veel mensen meteen aan rekenen. Maar het is veel breder dan dat. Rekenen is slechts één stukje van de puzzel. Marlies vertelt: ”Gecijferdheid is gericht op de toepassing. Kritisch kijken naar de informatie die je nodig hebt.”
Het weerbericht is daar een goed voorbeeld van. Als je hoort dat het vandaag 15 graden wordt en morgen 18, dan hoef je niet uit te rekenen wat het verschil is. Het gaat erom dat je weet wat dat betekent: neem je een jas mee, of misschien een paraplu?
Soms maak je daarbij de verkeerde keuze; je komt bezweet aan en dan weet je: vandaag had ik het mis. Dat hoort erbij. Het zijn die kleine dagelijkse beslissingen, die allemaal met gecijferdheid te maken hebben. En dat heeft dus veel minder met rekenen te maken dan je misschien denkt.
Wat betekent dat voor taalvrijwilligers?
Marlies geeft aan dat basisvaardigheden geen doel op zich zijn, maar het is wat je nodig hebt om je te kunnen redden in de samenleving. “Als je bij gecijferdheid weet wat het is, dan zie je het ineens overal. Dan integreer je het ook sneller in de begeleiding die je biedt.”
Er zijn verschillende factoren waar je als taalvrijwilliger rekening mee kunt houden. Dit geldt voor alle basisvaardigheden:
- context (bijvoorbeeld boodschappen doen of reizen)
- content (de informatie zelf: gewicht, afstand, tijd)
- hogere orde vaardigheden (begrijpen, interpreteren, keuzes maken)
- houding (zoals zelfvertrouwen of motivatie)
Marlies: “Vooral houding kan een ingang zijn om als taalvrijwilliger mee aan de slag te gaan. Vaak weten anderstaligen het wel, maar moet het zelfvertrouwen nog groeien.”
Je hoeft geen expert te zijn
Als taalvrijwilliger hoef je:
- geen rekenexpert te zijn
- geen digitale trainer te zijn
- niet alle antwoorden te hebben
Je kunt vooral samen onderzoeken:
- Wat zien we hier?
- Welke informatie is belangrijk?
- Hoe lossen we dit op?
Dit is volgens Manouk ook belangrijk: “Je hoeft als vrijwilliger geen expert te zijn. Ga een onderwerp samen uitzoeken en praat erover. Als jij het niet kunt uitleggen, dan is het waarschijnlijk ook geen basisvaardigheid meer.”
Tips voor taalvrijwilligers over basisvaardigheden
- Ga altijd uit van 'echte' alledaagse situaties
Vraag je deelnemer naar een recente situatie waar hij of zij tegenaan liep, zoals een ziekmelding via de schoolapp, een doktersafspraak, een formulier of het plannen van een route. Neem het niet over, maar bespreek samen wat lastig was, wat niet begrepen werd en bij wie hulp gezocht kan worden. Oefen eventueel samen het gesprek. - Integreer digitale vaardigheden en gecijferdheid in het gesprek. Bekijk samen een activiteit in de buurt en bespreek de datum en tijd. Klokkijken kan best lastig zijn. Gebruik bijvoorbeeld de NS-reisplanner of de openingstijden van een winkel om hierover in gesprek te gaan. Wanneer je vraagt naar recente situaties waar deelnemers tegenaan liepen, blijkt er vaak naast taal ook een digitaal of gecijferd element in te zitten. Ben je op zoek naar voorbeeldsituaties? Kijk dan eens naar praten over gecijferde situaties.
- Geef geen rekenles, computerles of grammaticales
Praat over een praktijksituatie. Over hoeveel de reis gaat kosten, hoe je een app gebruikt, of hoe je iets kunt vragen. Tip: bekijk de gespreksvragen over gecijferde onderwerpen. - In een groepje of taalcafé: richt je op thema’s of onderwerpen, niet op taalniveaus. Iemand kan veel kennis hebben van een bepaald onderwerp en daar een grote woordenschat in hebben, maar minder ervaring met een ander thema. Daardoor kan het taalniveau per onderwerp sterk verschillen.
- Gebruik oefenmateriaal
Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Er is al veel materiaal dat jou en je deelnemer kan helpen. Voorbeelden zijn:
- SpreekTaal, met kant-en-klare modules over geld, gezondheid, werk zoeken en andere dagelijkse situaties. Basisvaardigheden worden daarin al geïntegreerd aangeboden.
- Alledaagse input van deelnemer(s), zoals folders, bonnetjes of een app.
- Praatplaten, zoals de praatplaten over 12 alledaagse thema’s van Gecijferdheid telt mee.
- Succes-boekjes van Stichting Lezen & Schrijven (vanaf B1 niveau)
Wil je meer weten over basisvaardigheden bij NT2?
Volg als coördinator in januari of september de online training Basisvaardigheden bij NT2.
