wet inburgering aangenomen

Op 2 juli 2020 heeft de Tweede Kamer het voorstel van minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor een nieuw inburgeringsstelsel aangenomen. Vanaf 1 juli 2021 krijgen gemeenten de mogelijkheid om nieuwkomers maatwerk te bieden en non-formele taalcoaching in te zetten in alle leerroutes. Taalvrijwilligers dragen namelijk bij aan maatwerk, dualiteit, kwaliteit en een tijdige en snelle start van het inburgeringstraject.

Minister Koolmees: “Ik ben heel blij dat de Tweede Kamer de wet inburgering met zo’n grote meerderheid heeft aangenomen. Dat er breed draagvlak is, laat zien dat we allemaal vinden dat het belangrijk is om nieuwkomers een goede start in Nederland te geven zodat ze zo snel mogelijk mee kunnen doen” (Ministerie SZW)

Hoofdlijnen nieuwe stelsel

In het nieuwe stelsel combineren asielmigranten taallessen met (vrijwilligers)werk of stage. Er zijn 3 leerroutes, waarbij de eerste of reguliere route een verhoogde taaleis kent van B1. Jonge inburgeraars volgen de onderwijsroute. In deze route krijgen zij intensieve taallessen in combinatie met vakken als rekenen, Engels en studieloopbaanbegeleiding. Zij ronden dan in gemiddeld anderhalf jaar de inburgering af en stromen in het vervolgonderwijs in. De Z-route is bedoeld voor de groep inburgeraars voor wie de reguliere- en onderwijsroute niet haalbaar zijn. Zij gaan in het nieuwe stelsel meer tijd besteden aan het leren van de taal, zelfredzaamheid en participatie in de samenleving. In het nieuwe stelsel worden geen ontheffingen op basis van aantoonbaar geleverde inspanningen meer verleend.

Rol van gemeenten

Gemeenten krijgen een belangrijke rol in het nieuwe stelsel want zij staan het dichtst bij de inburgeraars. Daardoor kunnen zij het maatwerk leveren dat nodig is. Ook gaan gemeenten de asielstatushouders die bijstand ontvangen ontzorgen. Voor deze groep gaan de gemeenten de eerste zes maanden de huur, zorgverzekering en rekeningen voor gas, water en licht vanuit die bijstand betalen. Deze begeleiding moet zorgen voor rust en stabiliteit bij het begin van de inburgering. Hier staat tegenover dat inburgeraars die zich onvoldoende inzetten, vaker en sneller dan in het huidige stelsel te maken krijgen met sancties, zoals een boete.

Ook voor gezinsmigranten verandert er wat. Om hen beter bij de samenleving te betrekken en hen beter te ondersteunen, gaan gemeenten hen in de nieuwe situatie actiever begeleiden. Wel blijven gezinsmigranten zelf hun taallessen en –examens betalen, waar nodig met een lening van DUO.

Taalcoaching in de inburgering

Taalcoaching past goed in alle drie de inburgeringsroutes. Gemeenten kunnen per inburgeraar in een PIP (Persoonlijk plan Inburgering en Participatie) meerdere taalcoach-vormen tegelijkertijd of volgtijdelijk inzetten. Per route kan dat er als volgt uitzien:

  1. Reguliere route: De inburgeraar gaat met een taalvrijwilliger gericht oefenen met de spreekvaardigheid. Dankzij het 1-op-1 contact bieden taalvrijwilligers maatwerk. Aanvullend kunnen inburgeraars deelnemen aan taalcafé’s en oefengroepjes. Tijdens stage, werkvoorbereiding of eenmaal aan het werk is het mogelijk om gebruik te maken van taalcoaching op de werkvloer. 
  2. Onderwijs route: De jongere gaat met een taalvrijwilliger gericht oefenen met de spreekvaardigheid met daarbij extra focus op toeleiding naar opleiding, stage en/of werk.
  3. Zelfredzaamheidsroute (Z-route): De taalvrijwilliger ondersteunt de inburgeraar met het oefenen van de spreekvaardigheid, het op speelse wijze herhalen en inslijpen van de woordenschat. De ondersteuning is speciaal gericht op participatie, zodat inburgeraars oefenen met praktijkgerichte situaties. Aanvullend kunnen inburgeraars gebruikmaken van taalcafé’s en oefengroepjes.

Huidige stelsel voldoet niet

Het huidige inburgeringsstelsel voldoet op een aantal punten niet. Veel inburgeraars doen er te lang over om in te burgeren. Daarnaast worden ze niet gestimuleerd om het hoogst mogelijke taalniveau te behalen.

Het bestaande systeem laat ook ruimte voor kwaadwillenden om bijvoorbeeld via het declaratiesysteem bij taallessen te frauderen. Recent verschenen daarover weer diverse artikelen in de media. Ook dit probleem wordt opgelost, omdat het huidig leenstelsel voor asielstatushouders, waarin de inburgeraar een lening krijgt en daarvan o.m. taallessen inkoopt, wordt afgeschaft. Straks worden de taallessen voor deze groep door de gemeente betaald.

Na de zomer behandelt de Eerste Kamer de wet.