wet inburgering

Afgelopen november organiseerde Stichting Het Begint met Taal diverse webinars over taalcoaching in de inburgering. Meer dan 80 enthousiaste vertegenwoordigers van gemeenten, taalscholen en taalcoach-organisaties haakten hierbij aan. We bespraken waarom taalcoaching belangrijk is en hoe je dit op een slimme manier kunt organiseren. Onze conclusie: alle partijen vinden dat taalcoaching een prominente plek verdient in de inburgering, zodat inburgeraars veel oefenen in de praktijk en sneller kunnen meedoen. Nieuwsgierig naar onze tips? Lees de handreiking en ga aan de slag!

“De combinatie van het leren van de taal en participeren versterkt elkaar en kan niet los van elkaar worden gezien als het gaat om het volwaardig meedoen in de maatschappij. Dit vereist een duaal karakter van inburgeringstrajecten.”

Verschillende stappen

Aan de hand van vier stappen leggen we uit hoe de combinatie van formele educatie en taalcoaching efficiënt en effectief kan worden ingericht. Onderstaand model laat de stappen zien die er nodig zijn om de combinatie tussen formele educatie en taalcoaching in de inburgering te organiseren.

Lees hier

De handreikingen zijn ontwikkeld door Stichting Het Begint met Taal, in samenspraak met taalcoach-organisaties, taalscholen, gemeenten en de werkvloer.

Wat is taalcoaching in de inburgering?

Taalcoaching is voor alle inburgeraars en in alle routes van toegevoegde waarde, juist omdat vrijwilligers maatwerk bieden. Een PIP (Persoonlijk plan Inburgering en Participatie) waarbij het op maat oefenen buiten de les gecombineerd wordt met formeel onderwijs, zorgt voor effectievere inburgeringstrajecten, blijkt uit de pilots.

Taalcoaching kan er per route als volgt uitzien:

  • B1-route: De inburgeraar gaat met een taalvrijwilliger gericht oefenen met de spreekvaardigheid en woordenschat van de taalmethode uit het formele onderwijs. Dankzij het 1-op-1 contact bieden taalvrijwilligers maatwerk. Met name om de niveaustap van A2 naar B1 te kunnen maken, heeft de inburgeraar behoefte aan veel taalcontact. Aanvullend kunnen inburgeraars gebruikmaken van taalcafés en oefengroepjes. Ook is het mogelijk dat de inburgeraar, tijdens zijn of haar stage, werkvoorbereiding of eenmaal aan het werk, gebruik maakt van taalcoaching op de werkvloer.
  • Onderwijsroute: De inburgeraar gaat met een taalvrijwilliger gericht oefenen met de spreekvaardigheid en heeft daarbij extra focus op toeleiding naar opleiding, stage en/of werk. Het Nederlandse onderwijs heeft wellicht een onbekende werkwijze of aanpak voor de inburgeraar, daarin kan de taalvrijwilliger begeleiden. Inburgeraars die deze route volgen kunnen zelf ook met taalvragen komen die ze graag met hun taalvrijwilliger willen oefenen.
  • Zelfredzaamheidsroute (Z-route): De taalvrijwilliger ondersteunt de inburgeraar met het oefenen van de spreekvaardigheid, en het op speelse wijze herhalen en inslijpen van de woordenschat. De ondersteuning  kan zich ook richten op het participatiedeel door het oefenen van praktijksituaties. Een taalvrijwilliger kan net dat steuntje in de rug zijn om een volgende stap te zetten. Aanvullend kunnen inburgeraars gebruikmaken van taalcafés en oefengroepjes; eventueel gecombineerd met een (vrijwilligers)werkcomponent (taalcoaching op de werkvloer).

In een taalcoach-traject spreken een taalvrijwilliger en nieuwkomer(s) wekelijks af, zo’n anderhalf uur per keer. Doordat ze een sociale band opbouwen en elkaars netwerk leren kennen, ontstaat meer begrip voor elkaars denkwijzen en cultuur. Taalcoaching draagt eraan bij dat nieuwkomers sneller participeren in onze samenleving.

Meer informatie

Heb je na het lezen van deze handreiking vragen? Neem dan contact met ons op.