TaaldoetmeercollegeDe Utrechtse stichting Taal doet meer zette taalachterstand onder jongeren in Utrecht op de kaart tijdens het Taal doet meer college op 16 juli. Trainee Gemma de With onderzocht welke initiatieven er zijn voor jongeren met een taalachterstand in Utrecht. Tijdens het college werden de onderzoeksresultaten gepresenteerd. Voor kinderen en volwassenen blijken er diverse projecten te zijn gericht op taalverbetering. Voor de doelgroep van 10-20-jarigen is echter bedroevend weinig geregeld. Terwijl blijkt dat meer dan 14% van de Nederlandse jongeren grote moeite heeft met het begrijpen van schoolboeken. “Taal Doet Meer wil taalondersteuning bieden aan iedereen die moeite heeft met de Nederlandse taal, dus ook aan jongeren,” aldus directeur Lineke Maat. Het wordt tijd voor een effectieve aanpak van dit probleem voor jongeren. Die aanpak begint volgens Taal Doet Meer met: 1. bewustzijn, 2. aandacht, 3. Ouderbetrokkenheid en 4. Veel lezen! Hoe? Lees de resultaten van het Taal doet meer college.

Meertaligheid als hulpbron

Professor, dokter Paul Leseman, deskundige op het gebied van vroege taalontwikkeling en meertaligheid aan de Universiteit Utrecht, hield een lezing over meetaligheid bij jongeren. Hij stelt dat geforceerde assimilatie wat betreft de verwerving van een tweede taal vaak niet effectief is. Wat beter werkt is wederzijdse respectvolle integratie. Meertaligheid kan ook een hulpbron zijn voor taalleerders. Mensen die meertalig zijn hebben vaak meer inzicht in de taalconstructie en pakken de grammatica van een taal bijvoorbeeld sneller op. Wel moeten mensen constant schakelen en zich bedenken “welke taal is er nu aan de orde?”

Tekst en context bij uitbreiding woordenschat

Hoewel meertalige kinderen een grotere taalkennis hebben dan eentalige kinderen, blijven meertalige kinderen vaak achter, bijvoorbeeld bij begrijpend lezen bij citotoetsen op school. Ze moeten de taal van de school verwerven en kennen vaak nog geen zeldzame woorden of complexe zinnen. Wat je in de eerste taal hebt geleerd moet overlap hebben met de tweede taal. Het is volgens professor Leseman een druppel op een gloeiende plaat om kinderen door middel van plaatjes nieuwe woorden aan te leren. Wel effectief is het als kinderen nieuwe woorden leren uit de taal die ze om zich heen horen. Tekst en context zijn belangrijk. “Denk bijvoorbeeld eens aan de woorden industrie, politiek en economie. Hoe zou je die woorden in een plaatje laten zien? Dit zijn typisch woorden die je moet leren uit een gevarieerde context met een betekenisnetwerk.”

Veel jongeren hebben twee jaar taalachterstand

Trainee Gemma de Wit onderzocht taalachterstand onder jongeren in Utrecht en kwam tot de conclusie dat er weinig tot niets voor deze doelgroep bestaat als het gaat om taalondersteuning. Met name de groep van 10-20 jaar valt tussen wal en schip, voor hen is er enkel huiswerkhulp en School’s Cool. Jongeren met een taalachterstand lopen gemiddeld twee jaar achter op hun leeftijdsgenoten, ondervond Gemma. Die achterstand halen zij vaak niet meer in. De andere jongeren leren immers ook verder en zo blijft de reeds ontstane achterstand bestaan. De mate waarin de schooltaal verschilt van de thuistaal bepaalt de mate van taalachterstand bij veel jongeren. Met name op het gebied van woordenschat is er een groot verschil zichtbaar. Vervolgopleidingen klagen vaak over het over de taalachterstand waarmee jongeren bij hen aankomen. Er is te weinig non-formeel aanbod voor jongeren naast de input die ze op school krijgen. Gemma stelt dat de focus zou moeten liggen op vier thema’s.

Vier belangrijke thema’s om taalachterstand bij jongeren aan te pakken

-Bewustzijn van taalachterstand (actief benaderen van jongeren, stel de vraag: weten ze wel dat ze taalachterstand hebben en wat de gevolgen zijn?)

– Aandacht voor adolescenten (deze aandacht moet direct gericht zijn op taal)

-Betrokkenheid ouders vergroten (sluit aan bij de doelgroep)

-Veel lezen! (woordenschat en tekstbegrip wordt vergroot door veel te lezen, het (lees)aanbod voor jongeren moet vindbaar zijn op internet. Jongeren moeten succes en plezier ervaren bij de oefeningen die ze doen.

Er moet een brug worden geslagen tussen jongeren, hun ouders en school. Het onderzoek wordt in ontvangst genomen door Maarten van Ooijer van de Christenunie in Utrecht en Selma What van D66.

Meer samenwerking tussen ouders en scholen

Een deskundigenpanel bestaande uit onder meer Paul Leseman (Universiteit Utrecht), Nadia Daoudi (Samenwerkingsverband Sterk VO), Wies Kooijman
(gemeente Utrecht) en een mentor van School’s cool Utrecht buigt zich nog over een aantal vragen. Zij zijn van mening dat er meer samenwerking moet komen tussen ouders en scholen.

Het College biedt veel stof tot nadenken. Taal Doet meer gaat verder aan de slag met jongeren en taal. Wellicht ook een goed idee voor jouw organisatie/taalproject. Hoe staat het met de taal van jongeren in jouw gemeente gesteld?