IMG_7029Present Utrecht, Stichting Eet Mee! en Taal doet meer hebben onderzoek laten doen naar de motivatie en behoeften van vrijwilligers die zich inzetten voor vluchtelingen in de noodopvang in Utrecht. Andere Utrechtse organisaties en initiatieven droegen hieraan bij. Op 21 september 2016 overhandigden zij het rapport aan Kees Diepeveen, wethouder Welzijn van de gemeente Utrecht. Het onderzoek levert interessante inzichten op.

 

“Ik doet het omdat ik aan mijn kinderen mee wil geven: wees open en meelevend naar andere mensen toe.”

De meeste vrijwilligers hebben zich ingezet voor ontmoeting (73,6%), samen eten (61,1%) en taalondersteuning (59,1%). Er hebben zich opvallend veel nieuwe vrijwilligers gemeld. Bijna 60% deed naar eigen zeggen voor het eerst vrijwilligerswerk. Ook opvallend is dat 45% nog steeds contact heeft en 97% zich wil blijven inzetten voor vluchtelingen. Uit vragen naar de behoeften van vrijwilligers bleek dat zij graag zelf hun uren bepalen (32,8%) en liefst in de eigen buurt actief zijn (32,3%).

Aanbevelingen

De enquête is gehouden in mei 2016 en had via social media een bereik van circa 17.000 Utrechters. Meer dan 250 mensen vulden de enquête in. De onderzoekers spraken ook met professionals en vrijwilligers. Samen levert dit een compleet beeld op van de motivatie en behoeften van vrijwilligers. Het eindrapport bevat ook aanbevelingen:

  • houd vrijwilligerswerk laagdrempelig
  • zorg voor een divers aanbod
  • zorg voor de mogelijkheid voor Utrechters om zich incidenteel in te zetten

Toegevoegde waarde

Het rapport werd op 21 september aangeboden aan Kees Diepeveen, wethouder Welzijn van de gemeente Utrecht. Hij complimenteerde de drie organisaties vanwege de goede samenwerking die geleid heeft tot inzicht in wat de stad drijft en nodig heeft als het aankomt op vrijwillige inzet. Met de inzichten uit dit onderzoek weten maatschappelijke organisaties en gemeenten meer over hoe de inzet van betrokken burgers kan worden vastgehouden in de toekomst. Het volledige onderzoeksrapport vind je hier en een overzichtelijk factsheet over het onderzoek vind je hier.