Mensen die laaggeletterd zijn, kunnen wel een beetje lezen en schrijven (in hun moedertaal), maar beheersen deze vaardigheden onvoldoende om zelfredzaam te kunnen zijn in de maatschappij. Volwassenen die onder niveau 2F zitten van het Referentiekader taal en rekenen, behoren tot de groep laaggeletterden. In Nederland zijn er 1,3 miljoen mensen laaggeletterd, waarvan 65% het Nederlands als moedertaal heeft. Dit aantal van 1,3 miljoen betreft de beroepsbevolking, die bestaat uit mensen tussen 16-67 jaar oud.

Mensen die alleen onvoldoende digitale vaardigheden hebben, maar wel op niveau (≥2F) geletterd en rekenvaardig zijn, behoren niet tot de doelgroep van laaggeletterden.

Er bestaan verschillende aantallen die de omvang van laaggeletterdheid aangeven, dit komt doordat sommige groepen al dan niet worden meegerekend. Zo wordt er ook gesproken over 2,5 miljoen laaggeletterden. In dit aantal worden mensen meegenomen die 16 jaar of ouder zijn én laag vaardig zijn (onder niveau 2F) op het gebied van lezen en schrijven en/of rekenen en/of digitaal.

Iemand die de Nederlandse taal niet beheerst, enkel en alleen omdat deze persoon een andere moedertaal heeft en de Nederlandse taal (nog) niet machtig is, is niet laaggeletterd, maar anderstalig en (nog) laagtaalvaardig in het Nederlands. Iemand die alleen laag digitaal vaardig of laag rekenvaardig is, is niet laaggeletterd.