Het huidige overheidsbeleid benadrukt dat mensen zelf verantwoordelijk zijn om te participeren. En dus ook om de kennis en vaardigheden te verwerven die nodig zijn om je te redden in de maatschappij. Deze ontwikkeling bood de aanleiding voor het Kennisplatform Integratie & Samenleving om in kaart te brengen wat bekend is over het aanbod van taalonderwijs voor anderstaligen. Welke taalcursussen zijn er in gemeenten en wat is hun bereik? Een moeilijke taak, zo bleek, met name als het gaat om nonformeel onderwijs. Op basis van gegevens over de achterban van Het Begint met Taal hebben zij toch een beeld kunnen schetsen van het aanbod, wat gepubliceerd is in het rapport ‘Beter beeld op taal’.

Resultatenslide1kopie

Middels een steekproef van gemeenten is een scala aan cijfers verzameld en vertaald naar de landelijke situatie.

  • In 2014 hebben naar schatting 12.514 anderstaligen deelgenomen aan nonformele taalcoaching, verzorgd door organisaties die zijn aangesloten bij Het Begint met Taal. Daarnaast wordt een voorzichtige schatting gemaakt van 3.500 anderstaligen die bereikt worden door organisaties buiten dit netwerk. Dit maakt een totaal van 16.000 anderstaligen die in Nederland op informele wijze gecoacht worden.
  • Wat opvalt is dat nonformeel taalonderwijs niet per definitie onder een bepaalde beleidsafdeling van gemeenten valt. In de kleinere gemeenten is er bijna nooit expliciet beleid op. Het overgrote deel van de kleine gemeenten verwijst haar burgers door naar het formele taalonderwijs van bijvoorbeeld ROC’s, naar een grote aangrenzende stad of naar een stichting/instantie waar vrijwilligers taalles geven.
  • Met de grotere toestroom van vluchtelingen zien we in het noorden (veel AZC’s) veel meer aandacht voor dit onderwerp. In de middelgrote en kleine gemeenten is er sinds kort vanuit gemeentelijk beleid veel aandacht voor nonformeel taalonderwijs. Dit heeft te maken met het feit dat de regionale WEB-gelden nu niet meer volledig op hoeven te gaan aan formeel taalonderwijs, dat kansen biedt voor het investeren in nonformeel taalonderwijs.

Conclusie

In grote gemeenten is meer zicht op aantallen deelnemers dan in de kleine en middelgrote gemeenten, maar het blijft minimaal. Een groot deel van de anderstaligen verdwijnt uit beeld. Zo blijft bijvoorbeeld onduidelijk welke inburgeringsplichtigen zelf hun onderwijs betalen of helemaal geen onderwijs volgen. Voor de toekomst is er dan ook behoefte aan duurzame registratie, een taak die het beste aan gemeenten toebedeeld kan worden.

Voor specifieke informatie per gemeente en de cijfers over formeel taalonderwijs, verwijzen we je graag naar het rapport.