“De combi van formeel en informeel taalleren lijkt de meest efficiënte manier om zo goed en zo snel mogelijk in te burgeren. Ik hoop dat de minister dat goed zijn oren heeft geknoopt.” Dit zijn de woorden van Prof. dr. Folkert Kuiken in een artikel dat hij schreef voor Les, tijdschrift voor NT2 en taal in het onderwijs . Kuiken is sinds 2005 bijzonder hoogleraar Nederlands als tweede taal aan de UvA. Zelf studeerde hij Frans en Algemene taalwetenschap. Zijn dissertatie ging over de taalontwikkeling van jonge kinderen. Hij werkte onder meer als universitair docent tweede taalverwerving en is (mede)auteur van verschillende leergangen en handboeken op het gebied van (tweede)taalverwerving.

Lees het volledige artikel:

Op stap met de minister

Op 1 april (geen grap) bracht minister Koolmees een werkbezoek aan Taal aan Zee in Den Haag. Focus was de inzet van vrijwilligers in het inburgeringsproces. Hoewel de minister daarvoor een luisterend oor had, wilde hij aan het eind van het bezoek geen concrete toezeggingen doen. Dat vrijwilligers een essentiële rol bij de inburgering kunnen vervullen was inmiddels wel duidelijk geworden.

Toen ik me in 1976 als vrijwilliger aanmeldde bij buurthuis De Meerpaal in Amsterdam om op zondagavond Nederlandse les te geven aan Marokkaanse mannen moesten we roeien met de riemen die we hadden: wisselende groepen met uiteenlopende niveaus en niet of nauwelijks lesmateriaal. Achteraf denk ik dat ze meer van de taal en de Nederlandse samenleving hebben opgestoken in de gesprekken aan de bar na de les, want dan pas was er sprake van authentieke, natuurlijke interactie.

Een uur met een Nederlander

Gelukkig zijn de tijden veranderd, maar hoewel tegenwoordig door de druk van de inburgering vrijwel alle nieuwkomers lessen volgen met voor alle doelgroepen geschikt lesmateriaal, geldt voor velen van hen nog steeds dat dat het enige moment is waarop ze hun Nederlands oefenen. Buiten de les om is dat hooguit een praatje over het weer bij de bushalte of een korte interactie aan de kassa van de supermarkt, maar een uur lang met een Nederlander in het Nederlands converseren is heel iets anders.

Ervaringen

Ook veel werkenden hebben lang niet altijd een baan waarin ze automatisch veel de doeltaal moeten gebruiken. Het wekelijkse uurtje interactie met een vrijwilliger, taalmaatje, taalcoach – of welke benaming ook aan zo’n persoon wordt gegeven – levert dan veel meer op. De invulling die de nieuwkomer en de taalcoach aan hun contact geven kan variëren van samen naar de markt gaan tot helpen bij de voorbereiding op een studie en is helemaal afhankelijk van wat beiden daarover met elkaar afspreken. Tijdens de bijeenkomst op 1 april vertelden verschillende koppels hun ervaringen daarover aan de minister.

Combi van formeel en informeel taalleren

De bijeenkomst was georganiseerd door Het Begint met Taal, een landelijk platform voor taalcoaching aan anderstaligen. Taal aan Zee is een voorbeeld van zo’n vrijwilligersorganisatie die met meer dan 350 vrijwilligers de participatie van nieuwkomers probeert te vergroten. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met het formele taalonderwijs aan het ROC Mondriaan, want een combi van formeel en informeel taalleren lijkt de meest efficiënte manier om zo goed en zo snel mogelijk in te burgeren.

Informeel taalleren geformaliseerd?

Ik hoop dat de minister dat goed in zijn oren heeft geknoopt en dat in de herziene Inburgeringswet bij het Plan Inburgering en Participatie (PIP) dat voor elke inburgeraar moet worden opgesteld, aandacht is voor taalmaatjestrajecten, inclusief de daaraan gekoppelde financiële voorzieningen voor coördinatie, training en begeleiding van vrijwilligers.