TaalbubbelsEen mooi initiatief als inspiratie voor veel Nederlandse gemeentes: de Vlaamse zomerschool Taalbubbels voor anderstalige kinderen. In Aalst ging Taalbubbels voor het tweede jaar van start en met succes. Dit jaar zijn er 145 enthousiaste deelnemertjes, schrijft het Nieuwsblad, bijna een verdubbeling van het aantal leerlingen dat vorig jaar meedeed.

Spelenderwijs Nederlands leren bij Taalbubbels

Van 4 tot 15 augustus organiseert het Team Vreemdelingenzaken en Inburgering de zevende editie van Taalbubbels. Dat is een taalschool voor anderstalige kinderen van 6 tot 18 jaar. Hier kunnen ze tijdens de zomervakantie Nederlands leren en oefenen. Ze doen dat onder meer aan de hand van taalactiviteiten, muziek, en uitstapjes naar de brandweer, de politie en de bibliotheek.

Investeren in kwaliteit

Dit jaar telde Taalbubbels een recordaantal deelnemers: 145. Dat is bijna een verdubbeling van het aantal deelnemers van de zomer van 2013, toen 80 kinderen werden ingeschreven. De stad zorgde voor meer plaatsen, maar investeerde ook in meer kwaliteit. Zo werden de 35 vrijwilligers ingedeeld in drie teams: het mobiele, het animatie- en het taalteam. Deze laatste groep bestaat hoofdzakelijk uit leerkrachten.

“Deze zomer werken we met een specifieke methodiek, die in samenwerking met Goedroen Van Lunenburg, de taalcoach basisonderwijs van de stad Aalst, aan onze vrijwilligers werd aangereikt,” zegt coördinator Elke De Meuleneire. “Iedere dag krijgen de kinderen een nieuwe woordcluster aangeleerd. Door samen te spelen oefenen ze ook hun Nederlands. We zien veel kinderen openbloeien tijdens Taalbubbels, en dat is erg belangrijk voor hun spreekdurf.”

Onderdompeling in het taalbad, geen goedkope kinderopvang

“Taalbubbels is een taalbad, geen goedkope kinderopvang,” benadrukt Karim Van Overmeire van Inburgering. “Van elk kind wordt een individuele fiche bijgehouden met vorderingen. Met Taalbubbels geven we de kinderen een duwtje in de rug, maar steunen we ook de leerkrachten die in september voor klassen staan met een groeiend aantal anderstalige leerlingen.”

Bron: Nieuwsblad