KIS onderzoekt zelfredzaamheid nieuwkomers

Home/Nieuws/KIS onderzoekt zelfredzaamheid nieuwkomers

KIS onderzoekt zelfredzaamheid nieuwkomers

“Meer afstemming en maatwerk is gewenst” vindt KIS na onderzoek over de zelfredzaamheid van nieuwkomers. Het KIS deed onderzoek naar de aanpak van gemeenten en maatschappelijke organisaties rondom nieuwkomers. Het onderzoek is nog gaande maar het KIS kan al twee aanbevelingen doen.

Meer aandacht voor omgaan met geld en een betere afstemming met meer maatwerk tussen gemeenten, maatschappelijke organisaties en statushouders bij arbeidsbemiddeling. Dat zijn de twee voornaamste aanbevelingen die tot dusver naar voren komen uit het onderzoek dat KIS doet naar de zelfredzaamheid van nieuwkomers.

Kennisplatform Integratie & Samenleving presenteert aan het eind van het jaar een handreiking voor gemeenten en maatschappelijke organisaties die betrokken zijn bij nieuwkomers. De inventarisatie van KIS omvat drie groepen: vluchtelingen (statushouders), EU-migranten en gezinsvormers.

Belemmeringen

Bora Avrić is themacoördinator nieuwe migratie bij KIS. De financiële zelfstandigheid van nieuwkomers wordt door een aantal factoren sterk bemoeilijkt, zegt hij. Zo is de Nederlandse wet- en regelgeving ronduit complex. Daarnaast zijn veel financiële zaken online georganiseerd. ‘Denk aan aanvragen voor bijvoorbeeld een zorgtoeslag, huurtoeslag of een Digi-D. Dat is ingewikkeld. Zeker als je de taal nog niet goed spreekt.’ Een ander lastig punt is met geld omgaan, omdat zij vaak nog afhankelijk zijn van een uitkering. ‘Dan worden bijvoorbeeld grote materiële uitgaven gedaan om het leven hier aangenamer te maken’, zegt Avić. ‘Of worden sommen geld naar het land van herkomst overgemaakt. Begrijpelijk, maar het opbouwen van schulden ligt dan wel snel op de loer.’

Werk of taal?

Veel gemeenten zetten sterk in op werk, aldus Avrić. Daarbij is de hoop dat nieuwkomers zich de Nederlandse taal eigen zullen maken op de werkvloer. Op die manier zal hun sociale zelfredzaamheid een impuls krijgen. De praktijk blijkt echter weerbarstiger. Niet zelden opereren nieuwkomers op de werkvloer met tal van lotgenoten in hun eigen taalcircuit. Daardoor is Nederlands praten helemaal niet functioneel. Avrić: ‘Een oplossing hiervoor is om via taalgerichte stages nieuwkomers werk aan te bieden waardoor ze wel sneller Nederlands leren. Hier en daar gebeurt dat al, maar deze aanpak vergt maatwerk in begeleiding en dat is intensief.’ Een ander dilemma is de spagaat die vluchtelingen ervaren rond werk en taal. Ze zijn verplicht om werk aan te nemen, maar de tijd die dat kost gaat weer ten koste van hun opleiding en taallessen voor hun inburgering. Investeringen waardoor ze waarschijnlijk uiteindelijk beter financieel en sociaal zelfredzaam zijn dan de baantjes die nu voor hen beschikbaar zijn. Avrić: ‘Het vergt afstemming tussen gemeenten, maatschappelijke organisaties en statushouders om hier een oplossing voor te vinden.’

Uit de KIS-inventarisatie in gemeenten blijkt dat bij de arbeidsbemiddeling talent ook nog wel eens onbenut blijft. Avrić: ‘Een Syrische man had in zijn geboorteland als bedrijfsleider in de agrarische sector gewerkt. In Nederland kreeg hij een uitvoerend baantje in de tuinbouw. Niet verwonderlijk, want zijn gegevens vermelden enkel in welke sector hij had gewerkt. Beter doorvragen had bij de bemiddeling misschien tot een betere matching geleid.’

Grote verschillen onder anderstaligen

De landelijke inventarisatie laat tot dusver zien dat voor EU-arbeidsmigranten de financiële situatie instabiel is: hun inkomen is vaak variabel en werk onzeker. Daarbij is er vaak een grote afhankelijkheid van werkgevers en uitzendbureaus. Werkgevers betalen vaak niet op tijd of houden geld in op hun loon. Door gebrekkige taalvaardigheid is het voor deze groep moeilijk om ander werk te vinden. Niet verwonderlijk dat dit soms leidt tot financiële moeilijkheden. Rond de sociale zelfredzaamheid zijn er grote verschillen in hoe vluchtelingen en arbeidsmigranten opereren. Niet zo verwonderlijk, aldus Avrić. ‘Oost-Europeanen komt hier primair voor werk. De impuls om via sociale activiteiten in te burgeren, is dan niet zo groot. Vaak werkt men ook van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. En ook al blijft men langer dan voorzien, soms wel tien jaar, het uitgangspunt is dat de migratie kortdurend is.’

Vluchtelingen hebben veel behoefte aan contact met Nederlanders

De sociale integratie van vluchtelingen verloopt beter, zo is het algemene beeld. Avrić: ‘Hun drive is anders, vluchtelingen zijn naar Nederland gekomen om een nieuw bestaan op te bouwen.’ Uit de inventarisatie werd ook een hartenkreet van de statushouders opgetekend. Avrić: ‘De contacten die vluchtelingen hebben met autochtone Nederlanders zijn veelal professionele hulpcontacten. Het is voor hen lastiger om ‘gewoon’ contact te leggen, terwijl de behoefte eraan groot is.’

Bron: KIS

8 november 2017|Nieuws|